Wat is de koppeling van Slim Zoeken met de Actualisatie Kerndoelen?

Bekijk de SLO website voor updates: Actualisatie kerndoelen | SLO

Dit zijn de aan Slim Zoeken & (Online) Informatievaardigheden gerelateerde kerndoelen:

  • Nederlands Kerndoelen 2ABC en 3ABC
  • Digitale Geletterdheid Kerndoelen 22ABCD, 23A en 24ABC
  • Slim Zoeken raakt ook aan Burgerschap Kerndoelen 19A, 20AB en 21AB

KERNDOELEN NEDERLANDS

Domein: Communicatie
Kerndoel 2 De leerling begrijpt teksten

2A. Luisteren en lezen met begrip >
De leerling toont begrip van zakelijke en literaire teksten.
Het gaat hierbij om:
• aandachtig luisteren, kijken of aandachtig vloeiend lezen;
• inzetten en uitbreiden van woordenschat, kennis over taal en kennis van de wereld;
• inzetten en uitbreiden van kennis over de vorm van teksten: tekstsoorten, tekststructuren, literaire genres, verteltechnieken;
• beschrijven van perspectieven, communicatieve doelen, publiek, context;
• in eigen woorden weergeven van de hoofd- en bijzaken, de hoofdgedachte en betekenis van een tekst, passend bij het lees- of luisterdoel;
• flexibel toepassen van verschillende aanpakken en begripsverhogende strategieën.

2B. Luisteren en lezen met diep begrip >
De leerling evalueert en reflecteert op zakelijke en literaire teksten.
Het gaat hierbij om:
• benoemen van inhoudelijke relaties binnen en tussen verschillende teksten;
• benoemen van verschillen en overeenkomsten in feiten, meningen en perspectieven;
• benoemen van tegenstrijdige en overeenkomstige inhoud binnen en tussen teksten;
• evalueren van bruikbaarheid van teksten;
• reflecteren op de waarde, inhoud en vorm van teksten.

2C. Bronnen verkennen >
De leerling verkent de betrouwbaarheid van verschillende bronnen.
Het gaat hierbij om:
• oriënteren op kenmerken van aangereikte bronnen: maker, tekstsoort en verschijningsdatum;
• benoemen van inhouds- en vormelementen die misleidend zijn of vragen oproepen;
• vergelijkend beoordelen van bronnen op basis van hun betrouwbaarheid.

Kerndoel 3. De leerling produceert teksten

3A. Doelgericht spreken en schrijven >
De leerling spreekt en schrijft afgestemd op doel, publiek en context.
Het gaat hierbij om:
• hanteren van een passende aanpak;
• in eigen woorden verwerken van informatie uit verschillende bronnen tot een gestructureerde tekst met bronvermelding;
• inzetten en uitbreiden van kennis over de vorm van teksten: tekstsoorten, tekststructuren, verteltechnieken;
• schrijven op letter-, schrift- en tekstniveau met een leesbaar handschrift en typschrift, en verstaanbaar spreken;
• reviseren van de tekst met het oog op doelgerichte communicatie: taalgebruik en
taalverzorging.

3B. Creatief taal gebruiken >
De leerling gebruikt taal op een creatieve manier.
Het gaat hierbij om:
• verkennen van creatief taalgebruik van anderen in literaire en zakelijke teksten;
• verwoorden van eigen ideeën, gedachten, ervaringen, gevoelens en fantasieën;
• experimenteren met klanken, woorden, zinnen, literaire genres, taalregels, taalconventies en visuele vormen;
• waarderen van creatief taalgebruik.

3C. Schrijven om te leren >
De leerling schrijft om tot kennisopbouw of begrip te komen.
Het gaat hierbij om:
• weergeven van hoofd- en bijzaken, indrukken en vragen bij gelezen, bekeken of beluisterde inhoud;
• samenvatten van gelezen inhoud;
• verwoorden, onderbouwen en ordenen van gedachten, verworven inzichten en kennis in een tekst of schema;
• inzetten en uitbreiden van school- en vaktaal;
• schrijven op letter-, schrift- en tekstniveau met een leesbaar handschrift en typschrift.

KERNDOELEN DIGITALE GELETTERDHEID

Domein Praktische kennis en vaardigheden
Kerndoel 22  De leerling zet digitale technologie en digitale media in

22A Digitale systemen >
De leerling zet digitale systemen functioneel in.
Het gaat hierbij om:
• beschrijven van de onderdelen en de werking van digitale systemen in termen van invoer-verwerking-uitvoer;
• gebruiken van de basale mogelijkheden van software voor communicatie, samenwerken, tekenen, rekenen, tekstverwerken, presenteren en beeld-, geluid- en videobewerken;
• beheren van bestanden in digitale omgevingen: gestructureerd ordenen, opslaan en opvragen;
• herkennen van digitale systemen in de eigen omgeving;
• onderhouden en aanpassen van digitale systemen en het oplossen van problemen
daarmee.

22B Digitale media en informatie >
De leerling navigeert doelgericht in het digitale media- en informatielandschap voor het verwerven en verwerken van informatie.
Het gaat hierbij om:
• in kaart brengen van diverse media en bronnen, hun betrouwbaarheid en bruikbaarheid;
• hanteren van een geschikte zoekstrategie, zoekhulpmiddel en zoekopdracht;
• beoordelen van aangeboden en gevonden informatie op betrouwbaarheid en bruikbaarheid;
• beschrijven hoe makers van digitale media de aandacht van gebruikers trekken, vasthouden en beïnvloeden met kleurende en sturende technieken;
• benoemen van factoren die het aanbod en de zichtbaarheid van zoekresultaten beïnvloeden.

22C Data >
De leerling verkent het gebruik van data en dataverwerking.
Het gaat hierbij om:
• beschrijven hoe uit data informatie gehaald wordt door doelgericht verzamelen, structuren en verwerken van data;
• begrip tonen hoe de resultaten van dataverwerking afhankelijk zijn van de herkomst, juistheid en volledigheid van de gebruikte dataset;
• beantwoorden van een vraag met behulp van een dataset;
• beschrijven van het gebruik van data in de eigen omgeving;
• reflecteren op het feit dat de gebruiker van digitale technologie bewust en onbewust data achterlaat en dat die door anderen gebruikt kunnen worden.

22D Artificiële Intelligentie (AI) >
De leerling verkent AI.
Het gaat hierbij om:
• beschrijven van elementen van een AI-systeem;
• beschrijven hoe het gedrag van AI-systemen lijkt op menselijk gedrag;
• herkennen van veelvoorkomende AI-systemen en hun toepassingen in de eigen omgeving;
• verantwoord interacteren met een AI-systeem.

Domein Ontwerpen en maken
Kerndoel 23 De leerling creëert digitale producten

23A Creëren met digitale technologie >
De leerling gebruikt passende werkwijzen bij het creëren en gebruiken van verschillende typen digitale producten.
Het gaat hierbij om:
• experimenteren met digitale middelen om gedachten, ideeën of gevoelens uit te drukken;
• delen van informatie en overbrengen van een boodschap;
• gebruiken van computationele denkstrategieën bij het ontwerpen van een digitaal product;
• ontwerpen van een digitaal product aan de hand van ontwerpeisen in een iteratief proces;
• rekening houden met auteursrechten, licenties en bron- en naamsvermelding bij het creëren van digitale producten.

(23B Programmeren > De leerling programmeert een computerprogramma met behulp van computationele denkstrategieën.)

Domein De gedigitaliseerde wereld
Kerndoel 24 De leerling participeert in de gedigitaliseerde wereld

24A Veiligheid en privacy >
De leerling gaat veilig om met digitale systemen, data en de privacy van zichzelf en anderen.
Het gaat hierbij om:
• herkennen van veiligheidsrisico’s bij het gebruik van digitale systemen en data;
• veilig gebruiken van digitale systemen, data en informatie;
• nemen van passende technische maatregelen om digitale systemen, data en informatie te beschermen;
• wegen van dilemma’s bij het delen van zowel eigen persoonsgegevens, data, informatie en digitale content als die van anderen;
• adequaat omgaan met ongepaste content, ongepast gedrag en veiligheidsrisico’s in digitale omgevingen.

24B Digitale technologie, jezelf en de ander >
De leerling maakt weloverwogen keuzes in het gebruik van digitale technologie en digitale media.
Het gaat hierbij om:
• online communiceren en handelen op respectvolle en verantwoorde wijze;
• reflecteren op de invloed van digitale technologie en digitale media op eigen denken, eigen gedrag en de interactie met anderen;
• rekening houden met eigen fysieke en mentale gezondheid in relatie tot het gebruik van digitale technologie en digitale media;
• reflecteren op de eigen online identiteit en hoe die tot stand komt;
• verkennen van de eigen interesse in de ontwikkeling van digitale technologie en digitale media.

24C Digitale technologie, samenleving en wereld >
De leerling verkent hoe digitale technologie, digitale media en de samenleving elkaar wederzijds beïnvloeden.
Het gaat hierbij om:
• erkennen van de invloed van de mens op de ontwikkeling van digitale technologie en digitale media en andersom;
• verkennen hoe digitale technologie en digitale media sociaal welzijn en sociale inclusie beïnvloeden;
• redeneren over de kansen en risico’s van het gebruik van digitale technologie in de nabije omgeving;
• verkennen wat effecten zijn van digitale technologie op de ecologie.

KERNDOELEN BURGERSCHAP

Domein Democratische oefenplaats
Kerndoel 19 De school geeft vorm aan de democratische oefenplaats 

Sociale en maatschappelijke competenties >
19A De school stimuleert sociale en maatschappelijke competenties van leerlingen.
Het gaat hierbij om:
• aanbieden van kennis en vaardigheden ten aanzien van basiswaarden van de democratische rechtsstaat en de diverse samenleving, gericht op respectvolle omgang;
• stimuleren van sociale vaardigheden en kritische denkvaardigheden;
• stimuleren van respectvolle communicatie, offline en online;
• aanbieden van activiteiten die sociale cohesie en actief burgerschap stimuleren.

Domein Samenleven in een democratische rechtsstaat
Kerndoel 20 De leerling leert over samenleven in een democratische rechtsstaat 

20A Basiswaarden van de democratische rechtsstaat >
De leerling redeneert over het belang van basiswaarden van de democratische rechtsstaat.
Het gaat hierbij om:
• beschrijven van de betekenis van basiswaarden van de democratische rechtsstaat: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit;
• beschrijven hoe de Grondwet, kinder- en mensenrechten basiswaarden van de democratische rechtsstaat mogelijk maken;
• redeneren over hoe vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit met elkaar op gespannen voet kunnen staan;
• ervaringen opdoen met het voeren van dialogen, omgaan met conflicten en gelijkwaardige behandeling;
• herkennen en benoemen hoe basiswaarden van de democratische rechtsstaat een rol spelen in de samenleving en het eigen leven.

20B Diversiteit in de samenleving >
De leerling verkent hoe die kan omgaan met diversiteit in de samenleving.
Het gaat hierbij om:
• beschrijven van aspecten van diversiteit: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap en seksuele gerichtheid;
• verkennen van de eigen identiteit ten aanzien van aspecten van diversiteit;
• herkennen en benoemen van stereotypering, discriminatie en uitsluiting;
• benoemen van het belang dat mensen elkaar gelijkwaardig behandelen;
• ervaringen opdoen met het omgaan met verschillende perspectieven en ervaringen van anderen, overeenkomsten en verschillen, oordeel uitstellen, omgaan met mogelijkheden en gedrag van anderen.


Terug naar Veelgestelde vragen